Telkens wanneer iemand de structuur van een website zijn "architectuur" noemt, verzilvert hij een cheque die eeuwen eerder door bibliothecarissen is uitgeschreven. De bibliotheek was de eerste grootschalige poging om meer informatie te ordenen dan één persoon in zijn hoofd kon houden, en die vindbaar te maken voor vreemden. Dat is, min of meer, ook de taakomschrijving van het internet.

Wat de boekenplank oploste

Een bibliotheek lost vindbaarheid op via drie samenhangende systemen: een vast fysiek adres voor elk object (de plank), een classificatiesysteem dat verwante objecten groepeert (het plaatsingsnummer), en een aparte index waarmee je het adres vindt zonder door de stellingen te lopen (de catalogus). Door opslag en vindbaarheid te scheiden, kun je de index herzien — onderwerpen toevoegen, kruisverwijzingen maken, fouten corrigeren — zonder één boek te verplaatsen. Zoekmachines erfden precies deze scheiding: een pagina verplaatst niet wanneer je verandert hoe ze gevonden wordt.

Waar de metafoor spaak loopt

Een boek kan maar op één plank tegelijk staan. Een webpagina kan tegelijk tot honderd categorieën behoren, vanuit duizend richtingen gelinkt worden, zonder één "ware" locatie. Het internet digitaliseerde niet alleen de bibliotheek; het schafte de beperking af die de bibliotheekclassificatie haar discipline gaf. Die discipline is het onthouden waard — niet als regel om online af te dwingen, maar als herinnering dat een structuur zonder beperkingen al snel geen structuur meer is.

De catalogus was altijd al de eerste zoekmachine — alleen met een langere indexeringstijd.

Studio's die aan digitale producten werken, lenen nog altijd meer van de bibliotheekwetenschap dan ze toegeven: hoofdnavigatie is een classificatiesysteem, broodkruimelpaden zijn plaatsingsnummers, en een sitemap is niets meer dan een catalogus in documentvorm.